Erysiphe symphoricarpi (Howe) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Erysiphaceae

op Symphoricarpos

on Symphoricarpos

gal: mycelium beiderzijdig, meestal blijvend. Appressoria gelobd, al dan niet gepaard. Conidia solitair, lang-elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 4-10 asci die 3-5 sporen bevatten. Aanhangsels 4-20, ± equatoriaal, 2-5 x de diameter; ze zijn bochtig, onvertakt, aan de basis bruin, hebben 0-1 basale septen; de uiteinden zijn meestal ca 4-5 x snel achtereen onregelmatig gegaffeld.

gall: mycelium amphigenous, usually persistent. Appressoria lobed, paired or single. Conidia solitary, oblong-elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 4-10 asci contaning 3-5 spores. Appendages 4-20, ± quatorial, 2-5 x the diameter; they are sinuous, unbranched, with 0-1 basal septa, brown at the base; apcially they are mostly ± 4-5 times irregularly bifurcated in quick succession.

waardplanten: Caprifoliaceae, monofaag

hostplants: Caprifoliaceae, monophagous

Symphoricarpos albus.

literatuur:

references:

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun & Cook (2012a), Czerniawska (2001a) Henricot (2009a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a), Mułenko, Piątek, Wołczańska, Kozłowska & Ruszkiewicz-Michalska (2010a) .

11/12/2016