Erysiphe syringae-japonicae (Braun) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Ligustrum, Syringa

on Ligustrum, Syringa

Syringa vulgaris, België, prov.Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Erysiphe syringae-japonicae: cleistothecium on Syringa vulgaris

Syringa vulgaris, Belgiuum, prov. Antwerp, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

ander exemplaar

Erysiphe syringae-japonicae: cleistothecium on Syringa vulgaris

another specimen

aanhangsels

Erysiphe syringae-japonicae: cleistothecium on Syringa vulgaris

appendages

asci

Erysiphe syringae-japonicae: cleistothecium on Syringa vulgaris

asci

ascus

Erysiphe syringae-japonicae: cleistothecium on Syringa vulgaris

ascus

gal: beiderzijdig meeldauw-overtrek op de bladeren. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 3-10 asci die (5-) 8 sporen bevatten. Aanhangsels 4-16, equatoriaal, ca. zo lang als de diameter; ze zijn stijf, over tenminste het basale deel bruingekleurd, met maximaal 1, basale, sept. Aan hun uiteinde zijn ze enige malen in een plat vlak dichotoom vertakt.

gall: amphigenous mildew bloom on the leaves. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 3-10 asci, containing (5-) 8 spores. Appendages 4-16, equatorial, about as long as the diameter; they are stiff, brown over at least the basal part, with maximally 1, basal septum. At their end they are several times dichotomously branched in a flat plane.

waardplanten: Oleaceae, oligofaag

hostplants: Oleaceae, oligophagous

Ligustrum vulgare; Syringa x chinensis, josikaea, komarowii, x persica, x prestoniae, tomentella & subsp. sweginzowii + yunnanensis, villosa & subsp. wolfii, vulgaris.

Duits materiaal van Acer opalus hoort misschien eveneens tot deze soort (Braun ea, 2009a).

PerhapsGerman mateiral from Acer opalus is also attributable to this species (Braun ao, 2009a).

synoniemen: Microsphaera aceris Bunkina, 1974.

synonyms: Microsphaera aceris Bunkina, 1974.

opmerkingen: toen deze Aziatische soort in 1990 voor het eerst in Europa opdook leek het verschil met E. syringae, op vrijwel dezelfde waardplanten, duidelijk: syringae: asci met 3-6 sporen en hyaliene aanhangsels hooguit aan de basis enigszins bruin; syringae-japonicae: asci met 5-8 sporen en gedeeltelijk bruine aanhangaels. Later onderzoek bracht echter een zo grote variatie bij syringae aan het licht dat de twee soorten gesynonymiseerd zouden zijn ware het niet dat moleculaire analyse overtuingende verschillen laat zien. Het ene bruikbare, maar niet waterdichte, onderscheid tussen de twee soorten is dat syringae (in Europa) zeer zelden cleistothecia vormt, terwijl syringae-japonicae dat rijkelijk doet.

notes: when this Asiatic species for appeared in Europe in 1990 the differences with E. syringae, on almost the same host spectre, seemed clear: syringae: asci with 3-6 spores and appendages hyaline or brownish only at the very base; syringae-japonicae: asci with 5-8 spores and appendages partly brown. However, later research has demonstrate a much larger variability of syringae, to the point that the two would have been synonymized if molecular data had not shown convincing differences. The only practical, albeit not definite, diference is that syringae (in Europe) forms cleistothecia anly very rarely, while syringae-japonicae froms them profusely.

literatuur:

references:

Akata & Heluta (2015a), Bacigálová & Marková (2006a), Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun, Ale-Agha, Bolay, Boyle, Brielmaier-Liebetanz, Emgenbroich, Kruse & Kummer (2009a), Braun & Cook (2012a), Braun, Cunnington, Brielmaier-Liebetanz, Ale-Agha & Heluta (2003a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Klenke & Scholler (2014a), Kruse & Jage (2014a), Mułenko, Piątek, Wołczańska, Kozłowska & Ruszkiewicz-Michalska (2010a), Piątek (2003b, 2005b), Scheuer & Bechter (2012a), Takamatsu, Shiroya & Seko (2016a), Talgø, Sundheim, Gjærum, Herrero, Suthaparan, Toppe & Stensvand (2010a).

04/03/2017