Erysiphe thesii Junell, 1967

Fungi, Erysiphaceae

op Thesium

on Thesium

gal: mycelium beiderzijdig, ook op stengels en in de bloeiwijze. Appressoria gelobd, enkel of gepaard. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor recht. Cleistothecia 80-120 µm, met 3-10 asci, die 3-6 sporen bevatten. Aanhangsels 5-15, sub-equatoriaal, 0.5-4 x de diameter; ze zijn stijf en vrij recht, gesepteerd, onvertakt, uiteindelijk bruin.

gall: mycelium amphigenous, also on stems and in the inflorescence. Appressoria lobed, single or paired. Conidia solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Foot-cell of conidiophore straight. Cleistothecia 80-120 µm with 3-10 asci, containing 3-6 spores. Appendages 5-15, sub-equatoial, 0.5-4 x the diameter; they are stiff and rather straight, sepatate, unbranched, eventually brown.

waardplanten: Santalaceae, monofaag

hostplants: Santalaceae, monophagous

Thesium alpinum, bavarum, dollineri, ebracteatum, linophyllon, pyrenaicum.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Negrean & Denchev (2000a).

21/10/2016