Erysiphe tiliae (Eliade) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Tilia

on Tilia

gal: mycelium beiderzijdig, vooral onderzijdig, niet blijvend. Conidia niet beschreven, waarschijnlijk solitair gevormd, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia 80-140 µm, met 3-6 asci, die 4-8 sporen bevatten. Aanhangsels 8-12, equatoriaal, ongeveer zo lang als x de diameter; ze zijn stijf en vrijwel recht, onvertakt, hooguit aan de basis bruin, met 0-1 sept; aan de top zijn ze ca 3 maal slordig-dichotoom vertakt.

gall: mycelium amphigenous, mainly hypophyllous, evanescent. Conidia not described, probably formed solitary, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia 80-140 µm with 3-6 asci, containing 4-8 spores. Appendages 8-12, equatorial, about as long as the diameter; they are stiff and straight, unbranched, hyaline or brown at the base, 0-1 septate; apically they are c. 3 times irregularly forked.

waardplanten: Malvaceae, ? nauw monofaag

hostplants: Malvaceae, ? narrowly monophagous

Tilia tomentosa.

synoniemen: Microsphaera tiliae Eliade, 1986.

synonyms: Microsphaera tiliae Eliade, 1986.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

19/12/2015