Farysia thuemenii (Fischer von Waldheim) Nannfeldt, 1959

Fungi, Anthracoideaceae

op Carex

on Carex

gal: In het, uiteindelijk openbarstende, gezwollen urntje wordt een olijfbruine sporenmassa gevormd. Kenmerkend is dat zich in sporenmassa ook bundels hyphen bevinden, die na het uistuiven als een kwastje achterblijven.

gall: In the, ultimately rupturing, swollen utricle an olive-brown mass of spores is formed. Characteristically, the mass of spores is traversed by bundles of hyphae, that, after the spores have been blown away, are left behind as a small brush.

waardplanten: Cyperaceae, nauw monofaag

hostplants: Cyperaceae, narrowly monophagous

Carex melanogramma, paniculata, pendula, pseudocyperus, riparia, vesicaria.

Tomasi (2014a) noemt nog C. umbrosa.

Tomasi (2014a) additionally cites C. umbrosa.

synoniemen: Farysia caricis (de Candolle) Liro, 1935.

synonyms: Farysia caricis (de Candolle) Liro, 1935.

literatuur:

references:

Almaraz (1998a), Buhr (1964b), Klenke & Scholler (2015a), Kummer (2012a), Roskam (2009a), Scholz & Scholz (2013a), Tomasi (2014a), Vanderweyen & Fraiture (2014)a), Vánky (1994a), Vánky & Abbasi (2013a).

11/11/2016