Golovinomyces ambrosiae (Schweinitz) Braun & Cook, 2009

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Asteraceae, Heliantheae

on Asteraceae, Heliantheae

Helianthus laetiflorus, België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Golovinomyces ambrosiae on Helianthus laetiflorus

Helianthus laetiflorus, Belgium, prov. Antwerp, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

aangetaste bladeren, bovenzijde

Golovinomyces ambrosiae on Helianthus laetiflorus

infected leaves, upperside

aangetaste blad, onderzijde, met cleistothecia

Golovinomyces ambrosiae on Helianthus laetiflorus

infected lef, underside, with cleistothecia

cleisothecia ook op de stengel!

Golovinomyces ambrosiae on Helianthus laetiflorus

cleisothecia also on the stem!

cleistothecium met aanhangsels

Golovinomyces ambrosiae: clestothecium

cleistothecium with appendages

twee asci met sporen

Golovinomyces ambrosiae: asci

two asci with spores

de ongewoon lange voetcel van de conidiofore

Golovinomyces ambrosiae:  conidiophore foot cell

the unusually long foot cell of the conidiophore

conidium

Golovinomyces ambrosiae: conidiun

conidium

gal: mycelium beiderzijdig, dun, wit, bijna blijvend. Appressoria tepelvormig, enkel of gepaard. Conidia gevormd in ketens, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cell van de conidiofoor meestal recht, ongewoon lang (35-80 µm), gevolgd door 1 of 3 kortere cellen. cleistothecia niet zeldzaam, beiderzijdig, met 5-15 asci, de 2(-3) sporen bevatten. Aanhangsels talrijk, sub-equatoriaal, 0.5-2 x de diameter; ze zijn mycelioid, meestal onvertakt, gesepteerd, uiteindelijk geheel bruin.

gall: mycelium amphigenous, thin, white, almost persistent. Appressoria nipple-shaped, single or paired. Conidia formed in chains, without fibrosin bodies. Foot-cell of conidiophore generally straight, unusually long (35-80 µm), followed by 1-3 shorter cells. Cleistothecia not rare, amphigenous, with 5-15 asci, containing 2(-3) spores. Appendages numerous, sub-equatorial, 0.5-2 x the diameter; they are mycelioid, mostly simple, septate, ultimately entirely brown.

waardplanten: Asteraceae, nauw oligofaag:

hostplants: Asteraceae, narrowly oligophagous:

Ambrosia artemisiifolia, confertiflora, psilostachya, trifida; Helianthus annuus, atrorubens, debilis, decapetalus, doronicoides, laetiflorus, maximilianii, pauciforus, petiolaris, salicifolius, scaberrimus, strumosus, tuberosus; Heliopsis helianthoides; Iva frutescens, xanthifolia; Pappobolus microphyllus; Rudbeckia fulgida, hirta, laciniata, laevigata, nitida; Zinnia angustifolia, elegans, haageana.

synoniemen: Erysiphe cichoracearum var. latispora Braun, 1983; Golovinomyces cichoracearum var. latispora Braun, 1999.

synonyms: Erysiphe cichoracearum var. latispora Braun, 1983; Golovinomyces cichoracearum var. latispora (Braun) Braun, 1999.

literatuur:

references:

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a), Kruse & Jage (2014a), Negrean & Anastasiu (2006a), Piątek (2004a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Świderska, Wołczańska, Kozłowska ao (2005a).

19/04/2017