Golovinomyces biocellatus (Ehrenberg) Heluta, 1988

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Lamiaceae

on Lamiaceae

Lycopus europaeus, België, prov. Antwerpen, Mol, Duivelskuil © Carina Van Steenwinkel

Golovinomyces biocellatus: cleistothecia on Lycopus europaeus

Lycopus europaeus, Belgium, prov. Antwerp, Mol, Duivelskuil © Carina Van Steenwinkel

aanahangsels

Golovinomyces biocellatus: appendages

appendages

twee asci

Golovinomyces biocellatus: asci

two asci

appressoria

Golovinomyces biocellatus: appressoria

appressoria

gal: mycelium beiderzijdig, vooral bovenzijdig langs de nerven. Appressoria tepelvormig, vooral ontwikkeld in juli en augustus. Conidia in korte ketens, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor 40-100 µm lang, meestal duidelijk gebogen. Cleistothecia met 5-15 asci, met 2 (tot 4) sporen. Aanhangsels talrijk, mycelioid, gesepteerd, min of meer bruin, 0.5 - 2.5 x de diameter, aangehecht aan de onderste helft van het cleistothecium.

gall: mycelium amphigenous, mainly epiphyllous and along the main veins. Appressoria nipple-shaped, best developed in July and August. Conidia in short chains, without fibrosin bodies. Foot-cell of conidiophore 40-100 µm long, mostly distinctly curved. Cleistothecia with 5-15 asci, with 2 (up to 4) spores. Appendages numerous, mycelioid, septate, more or less brown, 0.5 - 2.5 x the cleistothecial diameter, attached to the lower half of the cleistothecium.

waardplanten: Lamiaceae, Nepetoideae, narrowly oligofaag:

hostplants: Lamiaceae, Nepetoideae, narrowly oligopgagous:

Glechoma hederaceaa; Lycopus europaeus, exaltatus.

literatuur:

references:

Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Scholler, Schmidt, Siahaan ao (2016a).