Golovinomyces cucurbitacearum (Zheng & Chen) Vakalounakis & Klironomou, 2001

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Cucurbitaceae

on Cucurbitaceae

gal: mycelium beiderzijdig, wit. Appressoria tepelvormig, vaak onduidelijk. Conidia in korte ketens, zonder fibrosine-lichaampjes, ± eivormig. Basale cel van de conidiofoor recht. cleistothecia worden slechts zelden gevormd. Ze bevatten 5-15 asci met 2 sporen. Aanhangsels talrijk, op en onder de equator, 0.5-2 x de diameter; ze zijn mycelioid, bruin, meestal onvertakt.

gall: mycelium amphigenous, white. Appressoria nipple-shaped, often indistinct. Conidia in short chains, without fibrosin bodies, ± ovoid. Foot-cell of the coniophore straight. Cleistothecia are only rarely found. They contain 5-15 asci with 2 spores. Appendages numerous, on and below the equator, 0.5-2 x the diameter; they are mycelioid, brown, mostly unbranched.

waardplanten: Cucurbitaceae, oligofaag:

hostplants: Cucurbitaceae, oligophagous:

Benincasa; Bryonia; Citrullus; Cucumis; Cucurbita; Ecballium; Echinocystis; Lagenaria siceraria; Luffa; Momordica; Sicyos angulatus; Thladiantha dubia.

opmerkingen: lijkt sterk op G. orontii, die op dezelfde waardplant kan voorkomen. Bij die soort is de basale cel van de conidiofoor echter vaak gebogen.

notes: strongly resembles G. orontii, that may occur on the same host plant; however, in that species the foot-cell of the conidiophore often is bent.

literatuur:

references:

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

11/12/2016