Golovinomyces hydrophyllacearum (Braun) Heluta, 1988

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Nemophila, Phacelia

on Nemophila, Phacelia

opmerkingen: mycelium beiderzijdig, bijna blijvend. Conidia in ketens, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 6-25 asci, die twee (zelden 3) sporen bevatten. Aanhangsels talrijk, aangehecht op en boven de equator, 1-3.5 x de diameter; ze zijn tamelijk stijf en recht, onvertakt, gesepteerd, grotendeels bruin.

notes: mycelium amphigenous, almost persistent. Conidia in chains, elliptic, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 6-15 asci that contain 2 (rarely 3) spores. Appendages numerous, attached on and above the equator, 1-3.5 x the diameter; they are rather stiff and straight, unbranched, septate, brown for much of their length.

waardplanten: Boraginaceae, oligofaag

hostplants: Boraginaceae, oligophagous

Nemophila menziesii; Phacelia.

opmerkingen: Noordamerikaanse soort, in Europa bekend van de gekweekte Nemophila menziesii; de wegens zijn hoge nectar-productie veel ingezaaide Phacelia is in Europa nog een potentiƫle waardplant.

notes: North American species, in Europe known only from the ornamental Nemophila menziesii. Phacelia, that is much used in Europe because of its nectar production, is still a potential host plant.

literatuur:

references:

Ale-Agha, Boyle, Braun ao (2008a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

07/12/2015