Golovinomyces salviae (Jaczewski) Scholler, Braun & Schmidt, 2016

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Salvia

on Salvia

gal: mycelium onderzijdig of beiderzijdig, opvallend, veroorzaakt soms rode vlekken aan de bovenzijde van het blad. Appressoria tepelvormig, soms iets gelobd. Conidia in korte ketens, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor 30-100 µm lang, vrijwel recht. Cleistothecia met 5-13 asci, met 2 sporen. Aanhangsels talrijk, mycelioid, gesepteerd, min of meer bruin, 0.5 - 2.5 x de diameter, aangehecht aan de onderste helft van het cleistothecium.

gall: mycelium hypophyllous or amphigenous, conspicuous, sometimes causing red upperside spots. Appressoria nipple-shaped, sometimes a bit lobed. Conidia in short chains, without fibrosin bodies. Foot-cell of conidiophore 30-100 µm long, practically straight. Cleistothecia with 5-13 asci, with 2 spores. Appendages numerous, mycelioid, septate, more or less brown, 0.5 - 2.5 x the cleistothecial diameter, attached to the lower half of the cleistothecium.

waardplanten: Lamiaceae, Nepetoideae, nauw monofaag:

hostplants: Lamiaceae, Nepetoideae, narrowly monophagous:

Salvia coccinea, farinacea, glutinosa, jurisicii, nemorosa & subsp. tesquicola, nutans, pratensis, sclarea, x sylvestris, tomentosa, transsylvanica, verbenaca, verticillata, virgata, viridis.

synoniemen: Erysiphe salviae (Jaczewski) Blumer, 1933.

synonyms: Erysiphe salviae (Jaczewski) Blumer, 1933.

literatuur:

references:

Hafellner (1980a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Mayor (1967a), Scholler, Schmidt, Siahaan, Takamatsu & Braun (2016a).

06/12/2016