Golovinomyces valerianae (Jaczewski) Heluta, 1988

Fungi, Erysiphaceae

op Centranthus, ? Fedia, Valeriana

on Centranthus, ? Fedia, Valeriana

opmerkingen: mycelium beiderzijdig, soms in vlekken, soms blijvend. Appressoria tepelvormig, enkel. Conidia in ketens, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiofoor aan de basis, soms geheel, gebogen. Cleistothecia met 6-15 asci, die twee sporen bevatten. Aanhangsels talrijk, aangehecht op en onder de equator, 0.5-2 x de diameter; ze zijn slap, mycelioid, bruin, gesepteerd, onvertakt, gewoonlijk fijn-wrattig.

notes: mycelium amphigenous, sometimes in patches, sometimes persistent.Appressoria nipple-shaped, single. Conidia in chains, elliptic, without fibrosin bodies. Foot-cell of conidiophore curved at the base, or throughout. Cleistothecia with 6-15 asci that contain 2 spores. Appendages numerous, attached on and below the equator, 0.5-2 x the diameter; they are flaccid, mycelioid, brown, septate, unbranched, generally verruculose.

waardplanten: Caprifoliaceae, oligofaag

hostplants: Caprifoliaceae, oligophagous

Centranthus angustifolius, calcitrapa, macrosiphon, ruber, trinervis; ? Fedia cornucopiae; Valeriana capitata, crispa, doica & subsp. simplicifolia, montana, officinalis & subsp. collina, phu, procurrens, pyrenaica, repens, salina, sambucifolia, saxatilis, tripteris.

synoniemen: Erysiphe valerianae (Jaczewski) Blumer, 1933.

synonyms: Erysiphe valerianae (Jaczewski) Blumer, 1933.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a), Mułenko, Sałata & Wołczańska (1995a), Negrean (1996a), Scholler & Schubert (1993a).

21/10/2016