Gymnosporangium confusum Plowright, 1889

Fungi, Basidiomycota, Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op houtige Rosaceae

on woody Rosaceae

Crataegus monogyna (onderzijde van het blad); Amsterdam, Diemerpark

Gymnosporangium confusum: gall on Crataegus monogyna

Crataegus monogyna (underside of the leaf); Amsterdam, Diemerpark

Mespilus germanica, Amstelveen, Thijssepark: bovenzijde, met spermogonia

Gymnosporangium confusum: upperside of gall with spermogonia

Mespilus germanica, Amstelveen, Thijssepark: upperside, with spermogonia

sculptuur van de binnenwand van het peridium

Gymnosporangium confusum: peridium sculpture

surface of the inner wall of the peridium

aeciospore

Gymnosporangium confusum: aeciospore

aeciospore

Crataegus monogya, Gramsbergen, Holthone © Arnold Grosscurt; determinatie onder voorbehoud

Gymnosporangium cf confusum on Crataegus monogyna

Crataegus monogya, Gramsbergen, Holthone © Arnold Grosscurt; identification tetative

doorgesneden gal

Gymnosporangium cf confusum

gall slided

gal aecia 1-2 mm hoog. De wanden van de peridium cellen hebben veel ietwat slingerende lengterribbels, wat deze soort onderscheidt van G clavariiforme.

Aecia kunnen zich ook ontwikkelen op jonge takken, en daar sterke vervormingen induceren. Gäumann beschrijft dit alleen voor G. confusum, maar het is niet uit te sluiten dat ook andere Gymnosporangium's dit kunnen veroorzaken (Brian Spooner in litt.).

gall aecia 1-2 mm high. The walls of the peridium cells have numerous, somewhat wavy lengts ridges, which distinguish this species from G clavariiforme.

Aecia can also develop on young shoots, and then induce strong malformations. Gäumann describes this for G. confusum only, but it cannot be excluded that other Gymnosporangium's cause similar galls (Brian Spooner in litt.).

spermogonia, aecia: houtige Rosaceae (Maloideae), oligofaag

spermogonia, aecia: woody Rosaceae (Maloideae), oligophagous

Chaenomeles japonica; Cotoneaster integerrimus, melanocarpus, nebrodensis, niger, nummularius; Crataegus azarolus, elliptica, grandiflora, laciniata, laevigata, monogyna, orientalis subsp. szovitsii, pentagyna, pinnatifida, sanguinea, tanacetifolia; Cydonia oblonga; Mespilus germanica; Pyracantha coccinea; Pyrus communis; Sorbus aucuparia, latifolia, torminalis.


op Juniperus

on Juniperus

gal alleen telia, op zwellingen van de takken, ± kegelvormig, tot 8 mm hoog, vochtig bruingeel; teliosporen in twee typen: kleurloos, dunwandig, gedrongen en bruin, dikwandig, slank; sporen apicaal afgeround.

gall only telia, on swellings of the branches, ± conical, up to 8 mm high, yellowish brown when moist; teliospores in two forms: hyaline, thin-walled, stout, and brown, thick-walled, slender; spores apically rounded.

telia: Cupressaceae, monofaag

telia: Cupressaceae, monophagous

Juniperus sabina.

Niet op J. communis.

Not on J. communis.

synoniemen: Gymnosporangium oxycedri Bresadola, 1903; G. tauricum Eriksson, 1919.

synonyms: Gymnosporangium oxycedri Bresadola, 1903; G. tauricum Eriksson, 1919.

opmerkingen In samenhang met G. confusum en sabinae merken Redfern & Shirley op dat er in Engeland eenmaal op Juniperus chinensis een andere roest gevonden is, Gymnosporangium asiaticum Miyabe 1904.

notes In connection with G. confusum en sabinae, Redfern & Shirley note that once in the UK on Juniperus chinensis another rust has been found, viz. Gymnosporangium asiaticum Miyabe 1904.

literatuur

references

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a), Buhr (1964b), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Erdoğdu, Hüseyin & Suludere (2010a), Gäumann (1959a), Helfer (2005a), Henderson (2000a, 2004a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a), Vanderweyen & Fraiture (2008a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

10/01/2017