Gymnosporangium torminali-juniperini Fischer, 1910

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Sorbus

on Sorbus

gal De spitse en slanke peridia, die aan het einde niet rafelen, zijn kenmerkend. De aecia lijken sterk op die van Gymnosporangium cornutum, maar de mateen van de aeciosporen verschillen ietwat: 18-24 × 24-27 µm, in plaats van 16-25 × 21-29 µm bij cornutum.

gall The slender, acute peridia, not fraying at their tip, are characteristic. The aecia strongly resemble those of Gymnosporangium cornutum, but the size of the aeciospores is somewhat different: 18-24 × 24-27 µm, rather than 16-25 × 21-29 µm in cornutum.

spermogonia, aecia: Rosaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Rosaceae, monphagous

Sorbus aucuparia, chmaemespilus, dumestica, hybrida, latifolia, mougeotii, torminalis.

Vooral op S. torminalis

Mainly on S. torminalis


op Juniperus

on Juniperus

gal alleen telia, halfbolvormig, tot 2 mm hoog, op de naaklden, droog lichtbruin; sporen twee-cellig, 21-30 x 35 µm, met per cel gewoonlijk 1 kiempore, bedekt door een kleurloze papil.

gall only telia, semiglobular, up to 2 mm high, on the needles, light brown when dry; spores two-celled, 21-30 x 35 µm, with mostly one germination pore per cell, capped by a hyaline papilla.

telia: Cupressaceae, nauw monofaag

telia: Cupressaceae, nauw monophagous

Juniperus communis s.str.

literatuur

references

Helfer (2005a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a).

15/10/2016