Hyaloperonospora camelinae (Gäumann) Göker, Voglmayr, Riethmüller, Weiss & Oberwinkler, 2003

Chromista, Oomycota, Oomycetes, Peronosporaceae

op Camelina

on Camelina

gal: bladen aan de bovenzijde plaatselijk verbleekt en vergald. Op de corresponderende onderzijde een grijswit schimmelovertrek, bestaande uit rechtopstaande, distaal sterk vertakte conidioforen. In het plantenweefsel worden plaatselijk oosporen gevormd, en in het bijzonder daar treedt vergalling op.

gall: upperside of the leaves locally bleached and galled; at the corresponding underside a greyish-white fungal bloom consisting of erect, distally strongly branched conidiophores. In the plant tissue locally oospores are formed, and particularly there galling occurs.

waardplanten: Brassicaceae, monofaag

hostplants: Brassicaceae, monophagous

Camelina microcarpa, sativa.

synoniemen: Peronodpora camelinae Gäumann, 1918.

Door Denchev ea wordt van Camelina rumelica H. parasitica vermeld; mogelijk beschouwen zij de twee schimmels als synoniem, maar het is waarschijnlijker dat hier een breed en een nauw soortsbegrip contrasteren.

synonyms: Peronospora camelinae Gäumann, 1918.

Denchev ao report from Camelina rumelica: H. parasitica. Possibly they consider two two fungi synonymous, but more probably this reflects the contrast between a broad and a narrow species concept.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Doppelbaur, Huber & Poelt (1965a), García-Blázquez, Constantinescu, Tellería & Martín (2007a), Klenke & Scholler (2015a), Negrean, Constantinescu & Denchev (2004a), Gustavsson (1991a), Kruse (2014a), Müller (2015a), Müller & Kokeš (2008a), Riethmüller, Voglmayr, Göker, Weiß & Oberwinkler (2002a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Voglmayr (2003a).

06/01/2017