Leveillula chrozophorae Braun, 1984

Fungi, Erysiphaceae

op Chrozophora, Mercurialis

on Chrozophora, Mercurialis

gal: mycelium in- en uitwendig; uitwendig mycelium beiderzijdig, ook op de stengels, wit, meestal dicht-viltig, blijvend. Conidioforen lang, dun. Conidia solitair gevormd, in twee vormen. Het eerste conidium dat wordt gevormd is zeer slank lancetvormig, latere zijn breed-elliptisch. Cleistothecia worden zelden gevormd; ze bevatten een groot aantal asci, die twee sporen bevatten. Aanhangsels talrijk, mycelioid, korter dan de diameter, niet of onregelmatig vertakt.

gall: mycelium internal and external; external mycelium amphigenous, also on the stems, white, generally dense, felt-like, persistent. Conidiophores, long, thin. Conidia formed one by one, in two forms. The first conidium formed is very narrow lanceolate, later ones are broad-elliptic. Cleistothecia rarely formed; they contain numerous asci, that have two spores. Appendages numerous, mycelioid, shorter than the diameter, not or irregularly branched.

waardplanten: Euphorbiaceae, oligofaag

hostplants: Euphorbiaceae, oligophagous

Chrozophora picta, tinctoria; Mercurialis annua.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

02/12/2015