Leveillula duriaei (Léveillé) Braun, 1984

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Lamiaceae

on Lamiaceae

gal: mycelium wit, meestal dicht-viltig, aan beide zijden, ook inwendig. Conidia solitair, zonder fibrosine-lichaampjes, in twee vormen: de eerstgevormde zijn breed-lancetvormig, latere op dezelfde conidiofoor zijn lang-elliptisch. Cleistothecia bevatten 10-45 asci, die twee sporen bevatten. Aanhangsels talrijk, onder de equator aangehecht, korter dan de diameter; ze zijn mycelioid, vaak onregelmatig vertakt, gesepteerd.

gall: mycelium white, generally dense-felty, amphigenous; partly internal. Conidia solitary, without fibrosin bodies, in two forms: those formed at first are broadly lanceolate, later ones on the same conidiphore are oblong-elliptic. Cleistothecia with 10-45 asci, that contain two spores. Appendages numerous, attached below the equator, shorter than the diameter; they are mycelioid, often irregularly branched, septate.

waardplanten: Lamiaceae, oligofaag:

hostplants: Lamiaceae, oligophagous:

Ballota hispanica, nigra; Dracocephalum; Eremostachys; Lavandula multifida; Leonurus cardiaca; Marrubium incanum, peregrinum, pestalozzae, propinquum, supinum, vulgare; Mentha x verticillata ; Nepeta nuda; Phlomis fruticosa, herba-venti & subsp. pungens, lychnitis, purpurea, samia, tuberosa; Physostegia virginiana; Rosmarinus officinalis; Salvia amplexicaulis, glutinosa, nemorosa & subsp. tesquicola, nutans, pratensis, x sylvestris, verticillata, virgata; Satureja hortensis, intermedia, montana; Scutellaria albida subsp. velenovski, multicaulis; Stachys; Teucrium chamaedrys, polium; Thymbra capitata; Thymus.

synoniemen: Erysiphe duriaei Léveillé, 1851.

synonyms: Erysiphe duriaei Léveillé, 1851.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a), Unamuno (1942a).

08/03/2017