Leveillula geraniacearum Braun, 2012

Fungi, Erysiphaceae

op Geranium

on Geranium

gal: mycelium inwendig en uitwendig; het uitwendig mycelium is onderzijdig, dicht, wit, blijvend. Conidia solitair, in twee vormen. Het eerstgevormde conidium is stomp-lancetvormig; latere zijn elliptisch. Cleistothecia met een groot aantal asci die elk 2 sporen bevatten. Aanhangsels talrijk, sub-equatoriaal, korter dan de diameter; ze zijn mycelioid, niet, of eenmaal onregelmatig vertakt.

gall: mycelium internal and external; the external mycelium hypophyllous, dense, white, persistent. Conidia solitary, in two types. The first conidium formed is obtuse-lanceolate; later ones are elliptic. Cleistothecia with a large number of asci, each with two spores. Appendages numerous, sub-equatorial, shorter than de diameter; they are mycelioid, simple or once irregularly branched.

waardplanten: Geraniaceae, monofaag

hostplants: Geraniaceae, monophagous

Geranium lucidum, macrorrhizum, pratense, tuberosum.

literatuur:

references:

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

20/11/2015