Leveillula helichrysi Heluta & Simonyan, 1988

Fungi, Erysiphaceae

waardplanten: Helichrysum

hostplants: Helichrysum

gal: mycelium door de dicht beharing van de waardplant onopvallend. Conidia solitair. Conidioforen komen door de huidmondjes naar buiten; ze zijn draadvormig en rechtopstaand. Het eerste conidium dat ze vormen ± lancetvormig, met een stompe top; de latere conidia zijn lang-elliptisch. Cleistothecia bevatten 5-25 asci, die twee sporen bevatten. Aanhangsels meestal talrijk, aangehecht onder de equator, korter dan de diameter; ze zijn mycelioid, meestal enige maten orgelmatig vertakt.

gall: mycelium inconspicuous because of the dense indumentum of the host plant. Conidia single. The conidiophores emerge through the stomata; they are filiform, erect. The first conidium formed is lanceolate, with an obtuse tip; the later conidia are long-elliptic. Cleistothecia contain 5-15 asci, that have two spores. Appendages mostly numerous, attached below the equator, shorter than the diameter; they are mycelioid, mostly several times irregularly branched.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Helichrysum arenarium.

synoniemen: Erysiphe helichrysi Braun 1995 bleek later een mengsel van Euoidium helichrysi en Leveillula helichrysi.

synonyms: Erysiphe helichrysi Braun 1995 turned out to be a mixture of Euoidium helichrysi and Leveillula helichrysi.

literatuur:

references:

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

23/12/2015