Leveillula ricini (Speshnew) Braun, 2012

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Ricinus

on Ricinus

gal: mycelium onderzijdig, wit, wollig, blijvend. Conidioforen lang, dun. Conidia solitair gevormd. Het eerste conidium dat gevormd wordt is slank-lancetvormig, latere zijn elliptisch tot cylindrisch. Cleistothecia tellen 17-25 asci, die twee sporen bevatten. Aanhangsels zwak ontwikkeld, sub-equatoriaal, korter dan de diameter; ze zijn mycelioid, ongesepteerd, hyalien, meestal onvertakt.

gall: mycelium hypophyllous, white, tomentose, peristent. Conidiophores long, thin. Conidia formed one by one. The first conidium formed is slender-lanceolate, later ones are elliptic to cylindric. Cleistothecia contain 17-25 asci, that have two spores. Appendage poorly developed, sub-equatorial, shorter than the diameter; they are mycelioid, aseptate, hyaline, generally unbranched.

waardplanten: Euphorbiaceae, monofaag

hostplants: Euphorbiaceae, monophagous

Ricinus communis.

literatuur:

references:

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

10/12/2015