Melampsora pinitorqua Rostrup, 1889

Fungi, Uredinales, Melampsoraceae

op Pinus

on Pinus

gal: Spermogonia en aecia op de bast van eenjarige scheuten. Spermogonia zeer klein, tot 0.1 mm. Aecia in de vorm van oranjegele tot 2 cm lange openbrekende kussens zonder peridium, die openbasten en een massa sporen vrijgeven; ze staan eenzijdig. De groei van het betroffen deel van de scheut wordt geremd, waardoor deze gekromd raakt.

gall: Spermogia and aecia on the bark of first year shoots. Spermogonia minute, up to ± 0.1 mm. Aecia as up to 2 cm long orange-yellow cushions without a peridium, that rupture and release a mass of spores. Growth of the shoot is disturbed at the side of the shoot where the aecia develop, wich causes a contorted growth.

spermogonia, aecia: Pinaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Pinaceae, monophagous

Pinus brutia, halepenis, mugo, nigra & subsp. laricio, pinea, pinaster, sylvestris.

Niet op 5-naaldige soorten

Not on species with needles in bundles of 5.


op Populus

on Populus

gal: uredinia onderzijdig op vooral bovenzijdig ontwikkelde bladvlekken, kussenvormig, geel, 0.5 mm. Verspreid in het uredinium staan paraphysen met een dunne steel die vrij geleidelijk overgaan een knotsvormige top net een gelijkmatig verdikte wand.Urediniosporen ovaaal, over het hele oppervlak bestekeld; de wand in ongelijkmatig verdikt, de inhoud daardoor haltervormig. Telia 0.5 mm, vaak in groepen, onderzijdig, bruin, subepidermaal; teliosporen zuilvormig.

gall: uredinia hypophyllous, on leaf spots that are mainly developed at the upperside, 0.5 mm, yellow, pulvinate. Throughout the uredinium stand paraphyses on a thin stem that rather gradually widens into a club-like head with uniformly thickened wall. Urediniospores oval, with spines all over; wall unequally thickened, the contents therefore look like a dumb-bell. Telia 0.5 mm, often in groups, brown, subepidermal; teliospores columnar.

uredinia, telia: Salicaceae, nauw monofaag

uredinia, telia: Salicaceae, narrowly monophagous

Populus alba, canescens, tremula.

synoniemen Melampsora aecioides, castellana, laricis-tremulae, magnusiana, pinitorqua, pulcherrima en rostrupii vormen een complex van soorten, dat als geheel wordt aangeduid als M. populnea. Ze vormen morfologisch sterk overeenkomende urdinia en telia op Popuus sectie Leuce (alba, x canescens, tremula), maar aecia op zeer uiteenlopende plantensoorten. Over de taxonomische status van de afzonderlijke soorten van het complex bestaat geen eenstemmigheid.

synonyms Melampsora aecioides, castellana, laricis-tremulae, magnusiana, pinitorqua, pulcherrima, and rostrupii form a complex of species, that collectively is addressed under the name M. populnea. They form strongly resembling uredinia and telia on Popuus sectie Leuce (alba, x canescens, tremula), but aecia on widely divergent plant species. There is no consensus about the taxonomic status of the component species.

literatuur

references

Brandenburger (1985a: 23, 38), Buhr (1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Ellis & Ellis (1997a), European and Mediterranean Plant Protection Organization (2009a), Gäumann (1958a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Longo, Naldini, Paolillo, Drovandi, Tanzi & Gonnelli (1997a), Poelt & Zwetko (1997a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2003a), Vialle, Frey, Hambleton, Bernier & Hamelin (2011a).

15/01/2017