Melanotaenium antirrhini Viennot-Bourgin, 1990

Fungi, Ustilaginomycetes, Melanotaeniaceae

op Antirrhinum

on Antirrhinum

gal: loodkleurige tot zwarte wratten, vooral op de onderste delen van de stengel, maar ook elders op de plant, ook op de bladeren, die openbarsten en een zwarte verkleefde sporenmassa vrijgeven. De sporen zijn donker roodbruin, dikwandig, glad; ze meten 12-20 µm.

gall: lead-coloured to black pustules, mainly on the basal part of the stem but also higher on the plant, also the leaves. Upon rupturing they release a black, agglutinated mass of spores. Spores dark reddish brown, thick-walled, smooth, 12-20 µm.

waardplanten: Plantaginaceae, monofaag

hostplants: Plantaginaceae, monophagous

Antirrhinum latifolium.

literatuur:

references:

Vánky (1990a, 1994a).

19/10/2016