Milesina carpatorum Hylander, Jørstad & Nannfeldt, 1953

Fungi, Basidiomycota, Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniastraceae

op Dryopteris

on Dryopteris

gal: spermogonia en aecia niet bekend. Uredinia onderzijdig, puistvormig, bedekt met een bruine epidermis waarin een opening ontstaat; sporen kort knotsvormig, verwijderd bestekeld, op een korte plompe steel, ca 20 x 14 µm. Bij vochtig weer prduceren de uredinia vanaf september een witte sporenmassa. Telia op de onderzijde van bruine delen van het overwinterde blad. De sporen worden gevormd in de epidermis-cellen; ze zijn onregelmatig van vorm, dunwandig, tot 60-cellig.

gall: spermogonia and aecia unknown. Uredinia hypophyllous, pustulate, covered with a brown epidermis, in which a pore develops; spores short clubshaped, remotely spinulose, on a short, plump pedicel, c. 20 x 14 µm. From September on the uredinia produce a white mass of spores during damp weather Telia at the underside of brown parts of the hibernated fronds. The spores are formed in the epidermis cells; they are irregular in shape, thin-walled, 1-60 celled.

waardplanten: Dryopteridaceae, monofaag

hostplants: Dryopteridaceae, monophagous

Dryopteris filix-mas.

Gäumann noemt daarnaast nog D. carthusiana.

Gäumann additionally cites D. carthusiana.

synoniemen: Milesia carpatica (Wróblewski) Faull, 1932.

synonyms: Milesia carpatica (Wróblewski) Faull, 1932.

opmerkingen: Veel zeldzamer dan M. kriegeriana, daarvan te onderscheiden door de kleinere urediniopsoren.

notes: Much rarer than M. kriegeriana, distinguished by the smaller urediniospores.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a: 6), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Henderson (2000a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a), Tănase & Negrean (2007a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

24/03/2017