Milesina feurichii (Fischer) Grove, 1909

Fungi, Basidiomycota, Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniastraceae

op Adiantum

on Adiantum

gal: alleen uredinia bekend: onderzijdige wratjes bedekt door de epidermis maar met een centrale porie. De sporen zijn knotsvormig, zwak, verwijderd bestekeld. De uredinia zijn rijp in het najaar en in de winter en produceren, vooral bij vochtig weer, een witte sporen-massa.. Telia op bruine plekken van overwinterde bladeren. De sporen worden in groepjes van 1-5 intracellulair gevormd in de epidermis.

gall: only the uredinia are known. They are hypophyllous, pustulate, covered by the epidermis, leaving a central pore. Spores clublike, remotely echinulate. The uredinia ripen in late autumn and winter, releasing a whte mass of spores, especially in damp weahter. Telia on brown patches of the overwintered fronds. The spores are formed intracellularly in the epidermis, in groups of 1-5.

waardplanten: Aspleniaceae, nauw monofaag

hostplants: Aspleniaceae, narrowly monophagous

Asplenium septentrionale.

synoniemen: Milesia feurichii.

synonyms: Milesia feurichii.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a: 5), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Klenke & Scholler (2015a), Losa Quintana (1972a), Poelt & Zwetko (1997a), Tănase & Negrean (2007a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

25/04/2017