Neoërysiphe cumminsiana (Braun) Braun, 1999

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Asteraceae

on Asteraceae

gal: mycelium beiderzijdig, ook op de stengels. Apppressoria ± gelobd, vaak gepaard. Conidia gevormd in vrij korte ketens, zonder fibrosine-lichaampje, kort-elliptisch. Cleistothecia met 5-24 asci, die pas rijpen na de overwintering. Aanhangsels meestal talrijk, sub-equatoriaal, 0.5-2.5 x de diameter; ze zijn mycelioid, bijna hyalien, onduidelijk gesepteerd, meestal onvertakt.

gall: mycelium amphigenous, also on the stems. Appresoria ± lobed, often paired. Conidia formed in rather short chains, without fibrosin bodies, short-elliptic. Cleistothecia with 5-24 asci, that ripen only after the hibernation. Appendages mostly numerous, sub-equatorial, 0.5-2.5 x the diameter; they are mycelioid, almost hyaline, indistinctly septate, mostly unbranched.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Ageratina adenophora, altissima; Bidens ferulifolius, pilosus; Dahlia; Galinsoga parviflora; Heliopsis helianthoides; Tagetes erecta, minuta, patula.

opmerkingen: Noord-Amerikaanse soort, die volgens Klenke & Scholler in Europa alleen bekend is van de gekweekte Bidens ferulifolius. De overige genoemde soorten, ontleend aan Braun & Cook, in Europa potentiële waardplanten.

notes: This North American species is, according to Klenke & Scholler, in Europa known only from the cultivated Bidens ferulifolius. The other species listed, derived from Braun & Cook, are in Europe potential host plants.

literatuur

references

Ale-Agha, Boyle, Braun ao (2008a), Braun & Cook (2012a), Guatimosim, Pinto, Pereira, Fuga, Vieira & Barreto (2015a), Klenke & Scholler (2015a).

26/01/2016