Neoƫrysiphe nevoi Heluta & Takamatsu, 2010

Fungi, Erysiphaceae

op Asteraceae

on Asteraceae

gal: mycelium beiderzijdig, ook op de stelen, diffuus. Apppressoria tepelvormig of gelobd. Conidia ovaal, gevormd in vrij korte ketens, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met 6-12 asci; deze rijpen pas na de overwintering. Aanhangsels talrijk, sub-equatoriaal, 0.5-2 x de diameter; ze zijn mycelioid, bruinig.

gall: mycelium amphigenous, also on the stems, effuse. Appresoria nipple-shaped or lobed. Conidia oval, formed in rather short chains, without fibrosin bodies. Cleistothecia with 6-12 asci, that ripen only after hibernation. Appendages numerous, sub-equatorial, 0.5-2 x the diameter; they are mycelioid, brownish.

waardplanten: Asteraceae - Cichoreae, nauw oligofaag

hostplants: Asteraceae - Cichoreae, narrowly oligophagous

Chondrilla; Crepis aculeata, aspera, foetida subsp. rhoeadifolia, micrantha, palaestina, sancta; Hedypnois rhagadioloides; Leontodon tuberosus; Picris amalecitana, rhagadiolioides; Rhagadiolus stellatus; Sonchus bulbosus, Taraxacum; Tolpis virgata.

literatuur

references

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

17/11/2015