Ochropsora ariae (Fuckel) Ramsbottom, 1923

Fungi, Basidiomycota, Pucciniomycetes, Pucciniales

op Anemone

on Anemone

Anemone nemorosa,Amstelveen, de Braak: de schimmel is systemisch; een aangetast blad is vaak ongewoon bleek; altijd groeit de bladsteel sterk uit, zodat het blad boven de omringende planten uitsteekt.

Ochropsora ariae on Anemone nemorosa

Anemone nemorosa, Amstelveen, de Braak: the fungus is systemic; an infected leave often is unusually pale; always the petiole is strongly elongated, causing the leaf to rise well above the surrounding plants.

bovenzijde; de bladsegmenten zijn sterk versmald.

Ochropsora ariae on Anemone nemorosa

upperside; the leaf segments are strongly narrowed.

de hele onderzijde is bestrooid met aecia.

Ochropsora ariae on Anemone nemorosa

the complete underside is strewn with aecia.

de aecia zijn ingezonken in lage bultjes.

Ochropsora ariae on Anemone nemorosa

the aecia are sunken in low pustules.

het peridium is rommelig en valt snel af.

Ochropsora ariae on Anemone nemorosa

the peridium is untidy and soon drops off.

in de bodem van het aecium bevinden zich witte aecisporen

Ochropsora ariae on Anemone nemorosa

the aeciospores in the floor of the aecium are white.

gal: spermogonia bovenzijdig. Aecia vooral onderzijdig, bekervormig, over het hele blad verspreid; het peridium is wit. Aantasting systemisch.

gall: spermogonia epiphyllous. Aecia mainly hypophyllous, disepersed over the entire leaf; peridium white. Infection is systemic.

spermogonia, aecia: Ranunculaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Ranunculaceae, monophagous

Anemone nemorosa, ranunculoides, trifolia.


op Sorbus en andere houtige Rosaceae

on Sorbus and other woody Rosaceae

gal: uredinia aan de onderzijde van de bladeren, kleine, grijze of gelige vlekjes, omringd door een krans van aan de basis vergroeide paraphysen die als een peridium fungeren. Telia eveneneens aan de onderzijde, platte vleeskleurige korstjes van een halve mm, aanvankelijk bedekt door de epidermis. De teliiosporen zijn worstvormig, staan rechtop en bestaan, als ze rijp zijn, uit vier cellen met een dunne, hyaliene en gladde wand. (In feite zijn ze dan al tot een basidium gekiemd.)

gall: uredinia hypophyllous, small, grey or yellowish spots, surrounded by a row of basally fused paraphyses that take the role of a peridium. Telia hypophyllous as well, flat flesh-coloured crusts of 0.5 mm, initially covered by the epidermis. The telioopores are saucage-shaped, standing erect, when mature consisting of four cells with a thin, hyaline and smooth wall. (In fact, that have germinated than already into a basidium).

uredinia, telia: Rosaceae, oligofaag

uredinia, telia: Rosaceae, oligophagous

Amelanchier asiatica, ovalis; Aruncus dioicus; Malus domestica, sylvestris; Prunus avium, cerasus, padus, tenella; Pyrus communis; Sorbus aria, aucuparia, hybrida, intermedia, latifolia, torminalis.

synoniemen: Ochropsora sorbi (Oudemans) Dietel, 1805.

synonyms: Ochropsora sorbi (Oudemans) Dietel, 1805.

literatuur:

references:

Bahcecioglu & Gjaerum (2004a), Buhr (1964b), Coulianos & Holmåsen (1991a), Dauhpin & Aniotsbehere (1997a), Dietrich (2016b), Gäumann (1959a), Groom (2011a), Helfer (2005a), Henderson (2000a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a), Ludwig (1974a), Maier, Begerow, Weiß & Oberwinkler (2003a), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Riegler-Hager (2014a), Roskam (2009a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a), Vanderweyen & Fraiture (2007a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

26/02/2017