Peronospora hariotii Gäumann, 1919

Fungi, Oomycota, Peronosporaceae

op Buddleja

on Buddleja

Buddleja davidii, Nieuwendam

Peronospora hariotii on Buddleja davidii

Buddleja davidii, Nieuwendam

gal: bovenzijde van het blad met gele vlekken. Onderzijde met een wittig schimmelovertrek dat bestaat uit rechtopstaande conidioforen die bovenaan enige malen dichotoom vertakt zijn met aan elk uiteinde een eivormig conidium. Vooral op zaalingen. Temidden van de dichte bedekking met sterharen aan de onderzijde van de bladeren zijn de conidioforen soms lastig te vinden.

gall: upper side of the leaves with tellow spots. Underside with a whitish fungal down consisting of vertical conidiophores that apically several times are dichotomously branching, each branch ending upon an ovoid conidium. Mainly on seedlings. Between the dense cover of stellate hairs at the underside of the leaves, the conidiophores may be difficult to find.

waardplanten: Scrophulariaceae, monofaag

hostplants: Scrophulariaceae, monophagous

Buddleja davidii, globosa, x weyeriana.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Klenke & Scholler (2015a), Müller (2015a), Šafránková & Müller (2009a).

14/09/2016