Peronospora lathyri-palustris Gäumann, 1924

Fungi, Oomycota, Peronosporaceae

op Lathyrus

on Lathyrus

gal: toppen van de scheuten ziekelijk met verkorte internodiën. onderzijde van de bladen met een grijs violetbruin schimmelovertrek dat bestaat uit tot 0.9 mm hoge rechtopstaande conidioforen die bovenaan enige malen dichotoom vertakt zijn met aan elk uiteinde een conidium van 8-27 x 14-40 µm.

gall: tips of the shoots unhealthy, with shortened internodes. Underside of the leaves with a greyish purple-brown fungal cover of 0.9 mm high erect conidiophores that apically several times are branching, each branch ending in a conidium of 8-27 x 14-40 µm.

waardplanten: Fabaceae, nauw monofaag

hostplants: Fabaceae, narrowly monophagous

Lathyrus heterophyllus, latifolius, palustris, sylvestris.

synoniemen: zie bij P. senneniana.

synonyms: see under P. senneniana.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Doppelbaur, Huber & Poelt (1965a), García-Blázquez, Constantinescu, Tellería & Martín (2007a), Gustavsson (1991a), Klenke & Scholler (2015a).

17/09/2015