Peronospora minor (Caspary) Gäumann, 1918

Chromista, Oomycota, Oomycetes, Peronosporales, Peronosporaceae

op Atriplex

on Atriplex

gal: bladen vervormd en gezwollen, bedekt door een vuil-grijswit schimmelovertrek. Het bestaat uit verticale, bovenaan meermalen vertakte conidioforen met elliptische kleurloze conidien.

gall: leaves disfigured and swollen covered by a dirty greyish-white fungal down. It consists of erect, apically several times branched conidiophores with oval colourless conidia.

waardplanten: Amaranthaceae, nauw monofaag

hostplants: Amaranthaceae, nauw monophagous

Atriplex glabriuscula, halimus, hortensis, oblongifolia, patula, prostrata, rosea, sagittata, tatarica.

synoniemen: Volgens de Index Fungorum (2013) is minor een ongeldig synoniem van P. arborescens, volgens de oudere literatuur een parasiet van Papaper en het naverwante geslacht Meconopsis, op grand van de revisie van Voglmayr ea (2014) van alleen P. roeas. Deze plantengelslachten staan zover af van Atriplex dat de synonymie ongeloofwaardig is.

synonyms: the Index Fungorum (2013) states that minor is a junior synonym of P. arborescens, according to the older literature a parasite of Papaper and its close relative Meconopsis, on the base of the revision by Voglmayr ao (2014) of P. rhoeas alone. These genera stand so far removed from Atriplex that the synonymy is unlikely.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Doppelbaur & Doppelbaur (1974a), Doppelbaur, Huber & Poelt (1965a), Gustavsson (1991a), Klenke & Scholler (2015a), Müller (2015a), Müller & Kokeš (2008a).

18/09/2016