Peronospora radii de Bary, 1864

Chromista, Oomycota, Oomycetes, Peronosporales, Peronosporaceae

op Asteraceae, Anthemideae

on Asteraceae, Anthemideae

Tripleurospermum maritimum, België, prov. Limburg, Herk-de-Stad, Schulensbroek © Carina Van Steenwinkel: de randbloemen staan opvallend recht

Peronospora radii on Tripleurospermum maritimum

Tripleurospermum maritimum, Belgium, prov. Limburg, Herk-de-Stad, Schulensbroek © Carina Van Steenwinkel: the ligules stand unusually erect

de buisbloemen dragen geen dons maar zijn wel misvormd

Peronospora radii on Tripleurospermum maritimum

the disc florets bear no down but are disfigured nonetheless

lintbloemen met donkergrijs dons

Peronospora radii on Tripleurospermum maritimum

ligules with dark grey down

de stam is ongewoon kort en dik

Peronospora radii

the tem is unusually sohrt and thick

terminale vertakkkingen

Peronospora radii on Tripleurospermum maritimum

terminal branches

de conidioforen ontspringen vanuit een schijfvormige basis

Peronospora radii

the conidiophores arise from a basal disk-shaped organ

jonge conidia

Peronospora radii

young conidia

rijpe conidia

Peronospora radii: mature conidia

mature conidia

gal: valse meeldauw vooral op de misvormde hoofdjes, hoofdjes, met name de randbloemen. Een donkergrijs dons van rechtopstaande, aan het eind meermalen dichotoom vertakte conidia-dragers produceert een massa grijs-violette conidia.

gall: downy mildew mainly on the disfigured flower heads, in particular the ligulate flowers. A dark grey down of erect, apically repeatedly dichotomously branching conidiophores produces a greyish-violet mass of conidia.

waardplanten: Asteraceae, nauw oligofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly oligophagous

Achillea ptarmica; Anthemis arvensis, cotula, ruthenica; Argyranthemum frutescens; Coleostephus myconis; Cota austrica; Glebionis coronaria, segetum; Leucanthemum vulgare; Matricaria chamomilla, discoidea; Tripleurospermum inodorum, maritimum

synoniemen: Peronospora danica Gäumann, 1923.

synonyms: Peronospora danica Gäumann, 1923.

opmerkingen: Volgend Klenke & Scholler komt de aantasting uitsluitend voor op de bloemen. Aantastingen van de bladeren, zoals dat wordt waargenomen op Argyranthemum door Koika ea, en Šafránková & Müller hebben volgens hen betrekking op Paraperonospora leptosperma; die soort heeft echter vrijwel hyaliene conidia. Naar de mening van Constantinescu kan radii wel degelijk, zij het minder vaak, op bladeren optreden. De vorm op bladeren heeft slankere conidioforen en takken, de uiterste takjes zijn langer en de conidia zijn groter dan bij de vorm op bloemen; maar beide typen zij door overgangen verbonden.

notes: according to Klenke & Scholler this species exclusively occurs on flowers. Infections on leaves, as reported by Koika ao, and Šafránková & Müller on Argyranthemum, according to them refer to Paraperonospora leptosperma. However, that species has almost hyaline conidia. In the opinion of Constantinescu radii does occur on leaves, although less frequently. The form on leaves has the conidiophores more slender, the ultimate branchlets are longer, and the conidia are larger in comparison with the form on flowers, but both types are connected by intermediates.

literatuur:

references:

Belbahri, Calmin, Pawlowski & Lefort (2005a), Ben-Ze'ev, Kenneth & Bonde (1987a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Constantinescu (1989a), Doppelbaur, Huber & Poelt (1965a), Ellis & Ellis (1997a), García-Blázquez, Constantinescu, Tellería & Martín (2007a), Göker, García-Blázquez, Voglmayr ao (2009a), Gustavsson (1991a), Klenke & Scholler (2015a), Koike, Fogl, Tjosvold & King (2004a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Müller & Kokeš (2008a), Roskam (2009a), Rossman (2004a), Šafránková & Müller (2007a), Săvulescu (1948a), Tomasi (2014a), Voglmayr (2003a).

27/06/2017