Phragmidium mucronatum (Persoon) von Schlechtendal, 1824

Fungi, Uredinales, Phragmidiaceae

op Rosa

on Rosa

Rosa canina, Zwanenwater: bovenzijde van een aangetast blad

Phragmidium mucronatum on Rosa canina

Rosa canina, Zwanenwater: upperside of an infested leaf

met een loep zijn de teliosporen aan de onderzijde goed te zien

Phragmidium mucronatum telia on Rosa canina

even with a hand lense the teliospores at the underside of the leaf a visible

kenmerkend voor de soort is dat de teliosporen fijn-wrattig zijn, en een scherp afgezet spitsje hebben

Phragmidium mucronatum: teliospores

the teliospores have a finely warty surface, and bear a sharply defined apiculus

gal: geen waardwiseling. Spermogonia in de buurt van de aecia, tussen epidermis en cuticula. Aecia onderzijdig, oranje, zonder peridium maar omringd door een krans van kleurloze, worstvormige gebogen paraphysen; sporen in ketens gevormd, verwijderd fijn-bestekeld. Uredinia onderzijdig klein, 0.2 mm, eveneens omgeven door paraphysen, sporen enkel, gesteeld. Telia onderzijdig, zwart; sporen langgesteeld, elliptisch donkerbruin, een rijtje van 6-9 grof-wrattige cellen, aan de top plotseling overgaand in een spitsje; de stelen van de sporen zwellen in water sterk op.

gall: no alternation of hostplant. Spermogonia near the aecia, between epidermis and cuticula. Aecia hypophyllous, orange, without a peridium but with a circle of hyaline, saucage-shaped curved paraphyses; spores produced in chains, sparsely spinulose. Uredinia hypophyllous, small, 0.2 mm, equally encircled by paraphyses, spores single, pedicellate. Telia hypophyllous black; spores long pedicellate, elliptic, dark brown, transversely divided into c.6, coarsely verrucose cells, abruptly terminated by an apiculus; the spore pedicels swell when in contact with water.

waardplanten: Rosaceae, monofaag

hostplants: Rosaceae, monophagous

Rosa agrestis, alba, arvensis, blanda, caesia, californica, canina, carolina, centifolia, corymbifera, dahurica, x damascena, dumalis, eglanteria, foetida, gallica, glauca, inodora, laxa, majalis, marginata, micrantha, mollis, muscosa, orientalis, parviflora, pomifera, pulverulents, rubiginosa, rubrifolia, rugosa, sempervirens, setigera, spinosissima, subcanina, tomentosa, turbinata, turcica, villosa, virginiana.

synoniemen: Phragmidium soubcorticium (Schrank) Winter, 1881; Ph. disciflorun (Tode) James, 1895.

synonyms: Phragmidium subcorticium (Schrank) Winter, 1881; Ph. disciflorun (Tode) James, 1895.

literatuur

references

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a), Buhr (1965a), Coulianos & Holmåsen (1991a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Doppelbauer (1973a), Ellis & Ellis (1997), Erdoğdu, Hüseyin & Suludere (2010a), Gäumann (1959a), Gjaerum (1986a, 1987a) Canarias, Gjaerum & Dennis (1976a), Helfer (2005a), Henderson (2000a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Korytnianska & Popova (2012a), Kruse (2014a), Losa España (1942a), Negrean (1997a), Petrova & Denchev (2004a), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Riegler-Hager (2002b), Ritz, Maier, Oberwinkler & Wissemann (2005a), Roskam (2009a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Scheuer & Bechter (2012a), Spooner & Butterfill (1999a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2003a), Tóth (1994a), Unamuno (1942a), Vanderweyen & Fraiture (2007a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

11/01/2017