Phragmidium tuberculatum Julius Müller, 1885

Fungi, Uredinales, Phragmidiaceae

op Rosa

on Rosa

Rosa spec. (cult.), Bergen NH

Phragmidium tuberculatum on Rosa spec.

Rosa spec. (cult.), Bergen NH

onderzijde

Phragmidium tuberculatum on Rosa spec.

underside

de aecia zijn oranjegeel, onderzijdig, elk op een klein geel vlekje

Phragmidium tuberculatum: aecia

the aecia are orange yellow, hypophyllous, each on a small yellowed spot

elk aecium is omgeven door een kring gekromde paraphysen

Phragmidium tuberculatum: aecium with paraphyses

each aecium is surrounded by a circle of curved paraphyses

de paraphysen

Phragmidium tuberculatum: paraphyses around aecium

the paraphyses

de aeciosporen zijn wrattig

Phragmidium tuberculatum: tuberculate aeciospore

the aeciospores are tuberculate

telium, evenals de aecia onderzijdig

Phragmidium tuberculatum: telium

telium, hylophyllous, like the aecia

teliospore met een scherpe, duidelijke apiculus

Phragmidium tuberculatum: teliospore

teliospore with a clear, sharp apiculus

gal: geen waardwiseling. Spermogonia in groepjes op de bovenzijde van het blad, honingkleurig. Aecia oranje, op de onderzijde van het blad, met dieprode vlekken aan de andere kant. Aecia ook vaak op stengels en bladstelen, veroorzaken dan opzwellingen. Aecia zonder peridium maar omringd door een dichte krans van kleurloze, worstvormige gebogen paraphysen; sporen in ketens gevormd, dicht wrattig. Uredinia onderzijdig, klein, 0.2 mm, eveneens omgeven door paraphysen, sporen enkel, gesteeld. Telia onderzijdig, zwart; sporen langgesteeld, elliptisch donkerbruin, een rijtje van 5-7 wrattige cellen, aan de top plotseling overgaand in een scherp begrensd, tot 22 µm lange bleke of kleurloze spits.

gall: no alternation of hostplant. Spermogonia epiphyllous, honey coloured. Aecia orange, hypophyllous, with deep red spots at the corresponding upperside. Aecia often also on the stems and petioles, then causing swellings. Aecia without a peridium but with a dense circle of hyaline, saucage-shaped curved paraphyses; spores produced in chains, densely verrucose. Uredinia hypophyllous, small, 0.2 mm, equally encircled by paraphyses, spores single, pedicellate. Telia hypophyllous black; spores long pedicellate, elliptic, dark brown, transversely divided into 5-7 verrucose cells, abruptly terminated by well-defined, pale or hyaline apiculus of up to 22 µm length.

waardplanten: Rosaceae, monofaag

hostplants: Rosaceae, monophagous

Rosa acicularis, agrestis, arvensis, canina, chinensis, corymbifera, dumalis, gallica, glauca, majalis, micrantha, montana, multiflora, pulverulenta, rubiginosa, rugosa, stylosa, tomentosa, villosa.

Op gekweekte rozen de meest voorkomende Phragmidium.

On cultivated roses the commonest Phragmidium.

literatuur

references

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a), Buhr (1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Gjaerum (1982a), Gjaerum & Dennis (1976a), Helfer (2005a), Henderson (2000a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a), Kruse & Jage (2014a), Losa España (1942a, 1944a), Negrean (1997a), Petrova & Denchev (2004a), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Ritz, Maier, Oberwinkler & Wissemann (2005a), Sadravi, Ono, Pei & Rahnama (2007a), Schmid-Heckel (1985a), Scholler & Schubert (1993a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tóth (1994a), Vanderweyen & Fraiture (2007a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

26/02/2017