Phyllactinia alnicola Braun, 2012

Fungi, Erysiphaceae

op Alnus

onAlnus

Alnus incana, België, prov. Antwerpen, Mol, Klein Verkallen © Carina Van Steenwinkel

Phyllactinia alnicola on Alnus inccana

Alnus incana, Belgium, prov. Antwerp, Mol, Klein Verkallen © Carina Van Steenwinkel

zelfde blad, onderzijde

Phyllactinia alnicola on Alnus inccana

same leaf, underside

detail met cleistothecia

Phyllactinia alnicola on Alnus inccana

detail with clestothecia

bovenop de cleistothecia is het gelatineuze kussen zichtbaar dat gevormd wordt door de wimper-cellen

Phyllactinia alnicola: clestothecia

on top of the cleistothecia the gelatinous cushion is visible that is formed by the penicillate cells

cleistothecium met twee-sporige acsci

Phyllactinia alnicola: clestothecium

cleistothecium with two-spored asci

wimpercellen

Phyllactinia alnicola: penicillate cells

penicillate cells

gal: mycelium onderzijdig, zwak, verspreid (ook inwendig). Conidia enkel, kegelvormig, zonder fibrosine-lichaampjes, op een lange conidiofoor. Cleistothecia met 15-30 asci, die elk twee sporen bevatten. Aanhangsels 6-15, equatoriaal, 1-2.5 x de diameter; ze zijn naaldvormig, stijf, aan de basis bolvormig verdikt.

gall: mycelium hypophyllous, weak, effuse (also internal). Conidia single, clavate, without fibrosin bodies, on a long conidiophore. Cleistothecia with 15-30 asci, with two spores. Appendages 6-15, equatorial, 1-2.5 the diamter; they are acicular, stiff, with a bulbous swelling at their base.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Alnus cordata, glutinosa, incana & subsp. rugosa, x pubescens, viridis.

literatuur:

references:

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

19/10/2015