Phyllactinia enkianthi Zhao, 1985

Fungi, Erysiphaceae

op Rhododendron

on Rhododendron

gal: mycelium in- en uitwendig; uitwendig mycelium onderzijdig, dun, onopvallend, aanvankelijk ronde vlekken, later het hele blad bedekkend. Appressoria tepelvormig, haakvormig, vertakt of grof gelobd, enkel of in paren. Conidia enkel, kegelvormig, zonder fibrosine-lichaampjes. Conidioforen dun en zeer lang (tot 550 µm). Cleistothecia onderzijdig met een equatoriale krans van 8-17 stijve, naaldvormige, aan de basis plotseling sterk gezwollen aanhangsels, 1-1.5 zo lang als de diameter van het cleistothecium. Asci 6-12 met gewoonlijk twee sporen.

gall: mycelium both internal and external; external mycelium hypophyllous, thin, inconspicuous, initially round patches, finally covering the entire leaf. Appressoria nipple-shaped, hooked, branching or coarsely lobed, solitary or paired. Conidia single, clavate, without fibrosin bodies. Conidiophores thin and very long (up to 550 µm). Cleistothecia hypophyllous with an equatorial circle of 8-17 stiff, acicular appendages that are abruptly swollen at their base, 1-1.5 as long as the diameter of the cleistothecium. Asci 6-12 with generally two spores.

waardplanten: Ericaceae, monofaag

hostplants: Ericaceae, monophagous

Rhododendron mucronatum, ponticum

literatuur

references

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

10/12/2015