Phyllactinia fraxini (de Candolle) Fuss, 1878

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Oleaceae etc.

on Oleaceae etc.

Fraxinus excelsior, Polen, Bialowieza © Sébastien Carbonelle: de cleistothecia zijn relatief groot, terwijk het mycelium heel dun is

Phyllactinia fraxini on Fraxinus excelsior

Fraxinus excelsior, Poland, Bialowieza © Sébastien Carbonelle: the cleistothecia are relatively large, while the mycelium is very thin.

Fraxinus excelsior, België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Phyllactinia fraxini: mildew on Fraxinus excelsior

Fraxinus excelsior, Belgium, prov. Antwerp, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

cleistothecium

Phyllactinia fraxini: cleistothecium

cleistothecium

Fraxinus excelsior, Amsterdamsche Bosch: cleistothecium

Phyllactinia fraxini: cleistothecium

Fraxinus excelsior, Amsterdamsche Bosch: cleistothecium

gal: mycelium vooral onderzijdig, zwak, verspreid (ook inwendig). Conidia enkel, kegelvormig, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia onderzijdig; ze bevatten 10-25 aeci met elk 2-4 sporen. Aanhangsels vormen een equatoriale krans van 6-16 stijve, naaldvormige, aan de basis plotseling sterk gezwollen aanhangsels, 1-2 zo lang als de diameter van het cleistothecium.

gall: mycelium mainly hypophyllous, weak, effuse (also internal). Conidia single, clavate, without fibrosin bodies. Cleistothecia hypophyllous, containing 10-25 asci, each with 2-4 spores. Appendages in an equatorial circle of 6-15 stiff, acicular appendages that are abruptly swollen at their base, 1-2 as long as the diameter of the cleistothecium.

waardplanten: Oleaceae (Apocynaceae, Fabaceae) essentieel oligofaag

hostplants: Oleaceae (Apocynaceae, Fabaceae) essentally oligophagous

Asclepias curassavica, incarnata, syriaca; Chionanthus virginicus; Fontanesia phillyreoides; Fraxinus angustifolia & subsp. oxycarpa + syriaca, dipetala, excelsior, nigra, ornus, pallisiae, pennsylvanica, sogdiana; Ligustrum vulgare; Syringa villosa & subsp. wolfii, vulgaris; Wisteria sinensis.

Infecties van niet-Oleaceae zijn slechts incidenteel.

Infections of non-Oleaceae are only occasional.

literatuur

references

Blumer (1967a), Braun (1997a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Kabaktepe, Akata, Siahaan, Takamatsu & Braun (20167), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a), Scheuer & Bechter (2012a), Sucharzewska, Dynowska, Kubiak, Ejdys & Biedunkiewicz (2012b).

19/04/2017