Phyllactinia hippophaës von Thümen, 1933

Fungi, Erysiphaceae

op Hippophaë

onHippophaë

gal: mycelium onderzijdig, zwak, verspreid, vaak onopvallend. Appressoria tepel- tot staafvormig, al dan niet gepaard. Conidia enkel, elliptisch tot halter-vormig, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia onderzijdig met een equatoriale krans van 5-15 stijve, naaldvormige, aan de basis plotseling sterk gezwollen aanhangsels, 1-2 zo lang als de diameter van het cleistothecium. Asci 10-40, met 2(-3) sporen.

gall: mycelium hypophyllous, weak, effuse, often inconspicuous. Appressoria niple- to rod-like, single or paired. Conidia single, elliptic to dumb-bell shaped, without fibrosin bodies. Cleistothecia hypophyllous with an equatorial circle of 5-15 stiff, acicular appendages that are abruptly swollen at their base, 1-2 as long as the diameter of the cleistothecium. Asci 10-40, with 2(-3) spores.

waardplanten: Elaeagnaceae, monofaag

hostplants: Elaeagnaceae, monophagous

Hippophaë rhamnoides.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

24/11/2015