Phyllactinia pistaciae Shin & Choi, 2003

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Pistacia

on Pistacia

gal: mycelium in- en uitwendig; uitwendig mycelium beiderzijdig, maar vooral onderzijdig, opvallend, wit. Appressoria staaf- of haakvormig, gelobd, soms gevorkt, al dan niet in paren. Conidia solitair gevormd, kegelvormig, zonder fibrosine-lichaampjes. Basale cel van de conidiophore getordeerd. Cleistothecia onderzijdig met een equatoriale krans van 6-18 stijve, naaldvormige, aan de basis plotseling sterk gezwollen aanhangsels, ± zo lang als de diameter van het cleistothecium. Asci 18-30 met twee sporen.

gall: mycelium both internal and external; external mycelium amphigenous but mainly hypophyllous, conspicuous, white. Appressoria rod-like, hooked, lobes, sometimes forked, single or paired. Conidia formed singly, clavate, without fibrosin bodies. Foot cell of conidiophore spirally twisted. Cleistothecia hypophyllous with an equatorial circle of 6-18 stiff, acicular appendages that are abruptly swollen at their base, about as long as the diameter of the cleistothecium. Asci 18-30 with two spores.

waardplanten: Anacardiaceae, monofaag

hostplants: Anacardiaceae, monophagous

Pistacia atlantica, khinjuk, terebinthus, vera.

literatuur

references

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a), Shin & Choi (2003a).

05/12/2015