Phyllactinia populi (Jaczewsi) Yu, 1979

Fungi, Erysiphaceae

op Populus, Salix

onPopulus, Salix

gal: mycelium zowel inwendig als uitwendig; uitwendig mycelium vooral onderzijdig, dun, wit. Conidia solitair gevormd, kegelvormig, zonder fibrosine-lichaampjes. Conidiofoor lang en dun. Cleistothecia onderzijdig met 5-20 asci die 2 sporen bevatten. Aanhangsel 5-16 in een equatoriale krans, 1-1.5 zo lang als de diameter van het cleistothecium. Ze zijn naaldvormig, aan de basis plotseling en sterk opgezwollen.

gall: mycelium both internal and external; external mycelium mainly hypophyllous, thin, white. Conidia formed one by one, clavate, without fibrosin bodies. Conidiophore long and thin. Cleistothecia hypophyllous with 5-20 asci that contain 2 spores. Appendages 5-16, in an equatorial circle, 1-1.5 as long as the diameter of the cleistothecium. They are acicular, abruptly and strongly swollen at their base.

waardplanten: Salicaceae, oligofaag

hostplants: Salicaceae, oligophagous

Populus alba, balsamifera, x berolinensis, x canadensis, x canescens, carolinensis, nigra, tremula; Salix alba, babylonica, caprea, cinerea, triandra.

literatuur:

references:

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

08/12/2015