Phyllactinia ribes (Jaczewski) Zhao, 1985

Fungi, Erysiphaceae

op Ribes

on Ribes

gal: mycelium in- en uitwendig; uitwendig mycelium onderzijdig, dun, wit. Appressoria schaars, van uiteenlopende vorm. Conidia enkel, kegelvormig, zonder fibrosine-lichaampjes. Conidioforen dun en lang, basale cel 100-250 µm. Cleistothecia onderzijdig met een equatoriale krans van 4-12 stijve, naaldvormige, aan de basis plotseling sterk gezwollen aanhangsels, 1-2.5 zo lang als de diameter van het cleistothecium. Asci 10-25 met twee sporen.

gall: mycelium both internal and external; external mycelium hypophyllous, thin, white. Appressoria scarce, variously formed. Conidia single, clavate, without fibrosin bodies. Conidiophores thin and long, foot-cell 100-250 µm. Cleistothecia hypophyllous with an equatorial circle of 4-11 stiff, acicular appendages that are abruptly swollen at their base, 1-2.5 as long as the diameter of the cleistothecium. Asci 10-25 with two spores.

waardplanten: Ericaceae, Grossulariaceae

hostplants: Grossulariaceae, monophagous

Ribes americanum, aureum, nigrum, rubrum, sanguineum, uva-crispa.

literatuur

references

Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

10/12/2015