Plasmopara densa (Rabenhorst) Schröter, 1886

Fungi, Oomycota, Peronosporaceae

op Orobanchaceae

on Orobanchaceae

gal: bladen aan de bovenzijde plaatselijk verbleekt en vergald. Op de onderzijde een wittig tot gelig schimmelovertrek, bestaande uit tot 0.3 mm hoge, rechtopstaande, distaal enige malen vertakte conidioforen; uiteindelijke vertakking met een stompe top. De conidia zijn ± kogelrond met een apical papil. In het plantenweefsel worden plaatselijk oosporen gevormd, en in het bijzonder daar treedt vergalling op.

gall: upperside of the leaves locally bleached and galled; at the underside a whitish to yellowish fungal bloom consisting of erect, distally strongly branched conidiophores, up to 0l.3 mm high; the final branches with a blunt tip. The conidia are ± globular, with an apical papilla. In the plant tissue locally oospores are formed, and particularly there galling occurs.

waardplanten: Orobanchaceae, oligofaag

hostplants: Orobanchaceae, oligophagous

Bartsia alpina; Bellardia trixago; Melampyrum nemorosum; Odontites litoralis, vernus subsp. serotinus, vulgaris; ? Pedicularis palustris; Rhinanthus alectorolophus, alpinus, angustifolius, glacialis, minor, serotinus.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Dietrich (2016b), Doppelbaur & Doppelbaur (1973a, 1974a), Doppelbaur, Huber & Poelt (1965a), Duarte, Choi, Soares & Barreto (2014a), Ellis & Ellis (1997a), García-Blázquez, Constantinescu, Tellería & Martín (2007a), Göker, Voglmayr, Riethmüller, Weiß & Oberwinkler (2003a), Hafellner (1980a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Müller (2015a), Müller & Kokeš (2008a), Mułenko, Kozłowska, Bacigálová, Świderska-Burek & Wołczańska (2014a), Riethmüller, Voglmayr, Göker, Weiß & Oberwinkler (2002a), Tomasi (2014a), Unamuno (1942a).

21/11/2016