Plasmopara geranii-silvatici Săvulescu, 1951

Chromista, Oomycota, Oomycetes, Peronosporales

op Geranium

on Geranium

gal: gelige tot violette bladvlekken; aan de onderzijde een dons van rechtopstaande, tot 160 µm hoge conidioforen, die bovenaan 1-3 in alle richtingen afstaande takjes dragen, met aan hun uiteinde een breed elliptisch conidium (sporangium). Voglmayr, Fatehi & Constantinescu (2006a) geven een gedetailleerde beschrijving.

gall: yellowish to violet leaf spots; at he underside a down of erect, up to 160 µm long conidiophores that apically bear 1-3 diverging branches, each one terminating in a broadly elliptical conidium (sporangium). Voglmayr, Fatehi & Constantinescu (2006a) present a detailed description.

waardplanten: Geraniaceae, nauw monofaag

hostplants: Geraniaceae, narrowly monophagous

Geranium palustre, sylvaticum.

Incidenteel ook G. collinum, erianthum, nodosum en pseudosibiricum.

Occasionally also G. collinum, erianthum, nodosum en pseudosibiricum.

literatuur:

references:

García-Blázquez, Constantinescu, Tellería & Martín (2007a), Doppelbaur, Huber & Poelt (1965a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse, Thines & Choi (2016a), Müller (2015a), Müller & Kokeš (2008a), Mułenko, Kozłowska, Bacigálová ao (2014a), Mułenko, Kozłowska, Bacigálová ao (2014a), Voglmayr, Fatehi & Constantinescu (2006a).

20/10/2016