Plasmopara laserpitii Wartenweiler, 1934

Fungi, Oomycota, Peronosporaceae

op Laserpitium

on Laserpitium

gal: bladonderzijde met een grijswit schimmeldons, bestaande uit rechtopstaande, aan het einde meervoudig vertakte, conidiopforen; de conidien zijn elliptisch.

gall: underside of the leaves with a greyish-white fungal down, consisting of vertical conidiophores that terminally a repeatedly branched; the conidia are elliptic.

waardplanten: Geraniaceae, nauw monofaag

hostplants: Geraniaceae, narrowly monophagous

Laserpitium halleri, krapfii subsp. gaudinii, latifolium, prutenicum, siler.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Doppelbaur, Huber & Poelt (1965a), García-Blázquez, Constantinescu, Tellería & Martín (2007a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a).

20/10/2016