Plasmopara praetermissa Volgmayr, Fatehi & Constantinescu, 2006

Fungi, Oomycota, Peronosporaceae

op Geranium

on Geranium

gal: gelige tot violette bladvlekken; aan de onderzijde een dons van rechtopstaande, 100-220 µm hoge conidioforen, die bovenaan 1-3 in alle richtingen afstaande, en opnieuw meervoudig vertakte takken dragen, met aan hun uiteinde een breed elliptisch conidium (sporangium). De onderste helft van de conidiofoor is meestal dikker dan de bovenste helft, en daarvan door een plug gescheiden. Voglmayr, Fatehi & Constantinescu (2006a) geven een gedetailleerde beschrijving.

gall: yellowish to violet leaf spots; at he underside a down of erect, 100-220 µm long conidiophores that apically bear 1-3 diverging branches, each one gain repeatedly bifurcating. endings terminating in a broadly elliptical conidium (sporangium). The lower half of the conidiophore is generally thicker than the upper half, and separated from it by a plug. Voglmayr, Fatehi & Constantinescu (2006a) present a detailed description.

waardplanten: Geraniaceae, nauw monofaag

hostplants: Geraniaceae, narrowly monophagous

Geranium richardsonii, sylvaticum.

Incidenteel ook G. albiflorum, palustre en viscosissimum.

Occasionally also G. albiflorum, palustre, en viscosissimum.

literatuur:

references:

Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a)m Kruse, Thines & Choi (2016a), Mułenko, Kozłowska, Bacigálová, Świderska-Burek & Wołczańska (2014a), Mułenko, Kozłowska, Bacigálová, Świderska-Burek & Wołczańska (2014a), Voglmayr, Fatehi & Constantinescu (2006a).

20/10/2016