Podosphaera alpina (Blumer) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Saxifraga

on Saxifraga

gal: mycelium beiderzijdig, ook op andere delen van de plant, wit, later bruine tot bijna zwarte overtrekken en korsten vormend. Conidia in ketens gevormd, met fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia bevatten een enkele ascus die 6-8 sporen tellen. Aanhangsel in variabel aantal, sub-equatoriaal, 0.5-6 x de diameter; ze zijn bruin, gesepteerd, meestal onvertakt.

gall: mycelium amphigenous, also on other parts of the plant, white, later forming brown to almost black films or crusts. Conidia formed in chains, with fibrosin bodies. Cleistothecia contain a single ascus with 6- spores. Appendages in variable numbers, sub-equatorial, 0.5-6 x the diameter; they brown, septate, mostly unbranched.

waardplanten: Saxifagaceae, (nauw?) monofaag

hostplants: Saxifagaceae, (narrowly?) monophagous

Saxifraga oppositifolia.

synoniemen: Sphaerotheca alpina Blumer, 1933.

synonyms: Sphaerotheca alpina Blumer, 1933.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

11/12/2015