Podosphaera erigerontis-canadensis (Léveillé) Braun & Liu, 2010

Fungi, Erysiphaceae

op Asteraceae

on Asteraceae

Taraxacum officinale, België, prov. Antwerpen, Balen, Scheps © Carina Van Steenwinkel

Podosphaera erigerontis-canadensis: cleistothecium

Taraxacum officinale, België, prov. Antwerpen, Balen, Scheps © Carina Van Steenwinkel

een enkele enkele ascus, en relatief weinig, grote peridiumcellen zijn diagnositisch voor Podosphaera

Podosphaera erigerontis-canadensis: cleistothecium

a single ascus, and relatively few, large peridium cells are diagnostic for Podosphaera

ascus

Podosphaera erigerontis-canadensis: ascus

ascus

conidiofoor

Podosphaera erigerontis-canadensis: conidiophore

conidiophore

gal: mycelium beiderzijdig, wit, later bruinig, vaak het hele blad bedekkend. Conidia in ketens gevormd, met fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia vaak zeer talrijk, met een enkele ascus die gewoonlijk 8 sporen bevat. Gewoonlijk nog geen tien bruine, slappe aanhangsels die 0.5-3 x zo lang zijn als de diameter van het cleistothecium.

De ascus heeft bovenaan een venstertje, de oculus, waardoor de sporen naar buiten komen. De diameter daarvan is diagnostisch: 8-15 µm.

gall: mycelium amphigenous, white, later brownish, often occupying the entire leaf. Conidia formed in chains, with fibrosin bodies. Cleistothecia often abundant, containing a single ascus with usually 8 spores. Usually less than 10 brown, flaccid appendages, 0.5 - 3 times the cleistothecial diameter.

The ascus apically has a small window, the oculus, by which the spores are ejected; it's diameter is diagnostic: 8-15 µm.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Adenostyles alliariae, alpina; Arnica montana; Chamaemelum nobile; Crepis aurea, biennis, capillaris, conyzifolia, foetida, micrantha, mollis & subsp. succisifolia, nicaeensis, paludosa, pontana, pulchra, pyrenaica, rubra, sancta, setosa, sibirica, sonchifolia, tectorum, vesicaria subsp. taraxacifolia; Erigeron acris & subsp. politus, annuus & subsp. septentrionalis, bonariensis, borealis, canadensis, floribundus, philadelphicus, speciosus, sumatrensis; Hieracium bifidum, bupleuroides, dentatum, murorum, prenanthoides, racemosum; Hypochaeris radicata; Lapsana communis; Leontodon hispidus & subsp. hastilis, incanus; Matricaria chamomilla, discoidea; Picnomon acarna; Pilosella officinarum; Pulicaria dysenterica, vulgaris; Rhaponticum centauroides; Scorzoneroides autumnalis, helvetica, montana, pyrenaica, rilaensis; Serratula tinctoria; Solidago canadensis; Sonchus bulbosus; Taraxacum Erythrosperma, Palustri, Erythrosperma, kok-saghyz, officinale; Tolpis coronopifolia, staticifolia; Tripleurospermum inodorum.

synoniemen: Sphaerotheca erigerontis-canadensis (Léveillé) Junell, 1966.

synonyms: Sphaerotheca erigerontis-canadensis (Léveillé) Junell, 1966.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun &anp; Cook (2012a), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Doppelbaur & Doppelbaur (1973a Spaerotheca fuliginea ), Hafellner (1980a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a), Kruse & Jage (2014a), Scheuer & Bechter (2012a) , Scholler, Reinhard & Schubert (1996a [Sphaerotheca fusca on Taraxacum officinale]), Scholler & Schubert (1993a Sphaerotheca fusca).

01/10/2016