Podosphaera fusca (Fries) Braun & Shishkoff, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Doronicum

on Doronicum

gal: mycelium op bladeren en stengels. Appressoria onduidelijk, soms ± tepelvormig. Conidia in ketens gevormd, met fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met één ascus die 6-8 sporen bevat. Aanhangsels 4-14, meeste daarvan sub-equatoriaal, 0.5 - 6 x de diameter, myceloid, bruin, slap, septaat, meestal onvertakt.

gall: mycelium on leaves and stems. Appressoria indistinct, sometimes ± nipple-shaped. Conidia formed in chains, with fibrosin bodies. Cleistothecia with a single ascus, containing 6-8 spores. Appendages 4-14, most of them sub-equatorial, 0.5 - 6 x the diameter, myceloid, brown, flaccid, septate, mostly unbranched.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Doronicum austriacum, carpaticum, cataractorum, clusii, columnae, glaciale subsp. calcareum, grandiflorum, hungaricum, oblongifolium, orientale, pardalianches, plantagineum & subsp. atlanticum.

synoniemen: Sphaerotheca fusca (Fries) Blumer, 1933. Tot ca. 2000 werd deze soort veelal zeer breed opgevat, en zou parasiteren op een groot aantal plantengeslachten, ook buiten de Asteraceae.

synonyms: Sphaerotheca fusca (Fries) Blumer, 1933. Until about the year 2000 this species was by most conceived very broadly, encompassing parasites of a wide range of plant genera, even outside of the Asteraceae.

literatuur

references

Blumer (1967), Brandenburger (1985), Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Braun, Shishkoff & Takamatsu (2001a), Czerniawska (2001a), Czerniawska, Madej, Adamska, Blaszkowski & Tadych (2000a), Dynowska, Fiedorowicz & Kubiak (1999a), Ellis & Ellis (1997a)l Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Mułenko, Sałata & Wołczańska (1995a), Negrean (1996a), Özaslan, Hüseyin & Erdogdu (2014a), Piątek (2004a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Schmid-Heckel (1985a), Sucharzewska, Dynowska, Kubiak, Ejdys & Biedunkiewicz (2012b).

06/01/2017