Podosphaera polemonii (Junell) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Erysiphaceae

op Polemonium

on Polemonium

gal: mycelium beiderzijdig, zeer opvallend, vaak min of meer blijvend. Appressoria onopvallend. Conidia in ketens gevormd, met fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia met een enkele ascus die 6-8 sporen bevat. Aanhangsels in wisselend aantal, equatoriaal en supra-equatoriaal, 3-6 x de diameter; ze zijn niet mycelioid, bochtig, neerwaarts gericht, bruin, gesepteerd.

gall: mycelium amphigenous, very conspicuous, often more or less persistent. Appressoria inconspicuous. Conidia formed in chains, with fibrosin bodies. Cleistothecia containing a single ascus with 6-8 spores. Appendages in variable number, equatorial and supra-equatorial, 3-6 x the diameter; they are not mycelioid, flexuous, brown, septate, directed downwards.

waardplanten: Polemoniaceae, monofaag

hostplants: Polemoniaceae, monophagous

Polemonium caeruleum, hultenii, pulcherrimum, reptans.

synoniemen: Sphaerotheca polemonii Junell, 1966.

synonyms: Sphaerotheca polemonii Junell, 1966.

literatuur:

references:

Braun (1995a), Braun &anp; Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

08/12/2015