Podosphaera thalictri (Junell) Braun & Takamatsu, 2000

Fungi, Ascomycota, Leotiomycetes, Erysiphales, Erysiphaceae

op Thalictrum

on Thalictrum

gal: mycelium beiderzijdig, ook op de stengels, dun, ± blijvend. Conidia ovaal, in ketens gevormd, met fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia 60-70 µm, met één ascus die 8 sporen bevat. Aanhangsels < 10, sub-equatoriaal, 0.5-1.5 x de diameter; ze zijn mycelioid, bruin, gesepteerd, onvertakt.

gall: mycelium amphigenous, also on stems, thin, ± persistent. Conidia oval, formed in chains, with fibrosin bodies. Cleistothecia 60-70 µm, often in groups, with a single ascus, containing 8 spores. Appendages < 10, sub-equatorial, 0.5-1.5 x the diameter; they are mycelioid, brown, septate, unbranched.

waardplanten: Ranunculaceae, monofaag

hostplants: Ranunculaceae, monophagous

Thalictrum alpinum, aquilegiifolium, minus, simplex.

synoniemen: Sphaerotheca thalicri Junell, 1966.

synonyms: Sphaerotheca thalicri Junell, 1966.

literatuur

references

Blumer (1967a), Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Klenke & Scholler (2015a).

18/12/2015