Puccinia absinthii de Candolle, 1808

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Artemisia

on Artemisia

Artemisia vulgaris, Velsen, lg Velserbeek: minuscule bovenzijdige uredinia

Puccinia absinthii: epiphyllous uredinia on Artemisia vulgaris

Artemisia vulgaris, Velsen, lg Velserbeek: tiny epiphyllous uredinia

een bovenzijdig en een onderzijdig uredinum

an epiphyllous and a hypophyllous uredinium

urediniosporen

urediniospores

Artemisia vulgaris, Well (li): uredinia en telium

Puccinia absinthii: uredinia and telium on Artemisia vulgaris

Artemisia vulgaris, Well (li): uredinia and telium

de teliosporen zijn gewoonlijk fijn-wrattig

Puccinia absinthii: urediniospore and teliospore Puccinia absinthii: teliospore

the teliospores generally are verrrucolose

Artemisia vulgaris, België, prov. Antwerpen, Veerle, de Roost © Carina Van Steenwinkel: zwarte telia en, nauwelijks zichtbaar, een enkel bruin uredinium

Puccinia absinthii: telia (and uredinia) on Artemisia vulgaris

Artemisia vulgaris, Belgium, prov. Antwerp, Veerle, de Roost © Carina Van Steenwinkel: telia, and, barely visible, a few uredinia

urediniosporen

Puccinia absinthii: teliosopores

urediniospores

gal: Geen waardwisseling, uredinia en telia. Uredinia poederig. Urediniosporen met drie ± equatoriale poren, elk met een lage papil. Telia onderzijdig, vroeg naakt. De twee-cellige teliosporen zijn bezet met fijne wratjes, die naar de basis toe kleiner worden.

gall: No host plant alternation, uredinia and telia. Uredinia pulverulent. Uredinispores with three ± equtorial pores, each covered by a low papilla. Telia hypophyllous, soon naked. The wall of two-celled teliospores is covered with minute pustules that decrease in size towards the base.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Artemisia abrotanum, absinthium. alba, annua, arborescens, austriaca, biennis, campestris & subsp. borealis, dracunculus, fragrans, frigida, glauca, herba-aba, ludoviciana, martima, monosperma, pontica, rupesttris, santonicum, scoparia, vulgaris.

Er bestaat een vermelding Tripleurospermum inodorum.

Has been mentioned from Tripleurospermum inodorum.

synoniemen: Puccinia artemisiella Sydow & Sydow, 1902. De Index Fungorum (2016) beschouwt absinthii als een synoniem van P. chrysanthemi; Termorshuizen & Swertz zien het als een synoniem van P. tanaceti.

P. artemisiella wordt door Gäumann en door Klenke & Scholler aarzelend wel als een goede soort genoemd; de soort zou alleen voorkomen op Artemisia campestris en vulgaris, en van absinthii verschillen in de maten van de teliospore: absinthii: (14)23-24(36) x (31)46-53(80); artemisiella: (14)18-20(26) x (29)39-43(60) µm. De sporen van artemisiella zijn ook slaker van vorm.

synonyms: Puccinia artemisiella Sydow & Sydow, 1902. The Index Fungorum (2016) considers absinthii a synonym of P. chrysanthemi; Termorshuizen & Swertz rather mention the name as a synonym of P. tanaceti.

Gäumann and Klenke & Scholler with obvious hesitation consider P. artemisiella a valid species; the species would occur only on Artemisia campestris and vulgaris, and differ from absinthii in the dimensions of the teliospore: absinthii: (14)23-24(36) x (31)46-53(80); artemisiella: (14)18-20(26) x (29)39-43(60) µm. The spares of artemisiella are also more narrow in shape.

literatuur

references

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a) Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tóth (1994a).

10/12/2016