Puccinia acteae-elymi Mayor, 1911

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Ranunculaceae

on Ranunculaceae

gal: spermogonia honingkleurig, in groepen, meestal op de bovenzijde van de bladeren. Aecia in dichte groepen bekervormig, goudgeel, op geelbruine enkele cm lange zwellingen langs de bladnerven en op de bladstelen; sporen duidelijk wrattig.

gall: spermogonia honey-coloured, in groups, mostly on the upperside of the leaves. Aecia in dense groups cupulate, golden yellow, on several cm long yellow-brown swellings along the veins of the leaves and on the petioles; spores clearly verruccose.

spermogonia, aecia: Ranunculaceae, oligofaag

spermogonia, aecia: Rancunlaceae, oligophagous

Aconitum barbatum, degenii, lamarckii, lycoctonum, napellus, orientale, variegatum, volubile, yuparense; Actaea cimicifuga, cordifolia, pachypoda, racemosa, rubra, spicata; Adonis aestivalis, annua; Anemone hepatica; Aquilegia alpina,buergeriana, caerulea, canadensis, chrysantha, ecalcarata, flabellata, formosa, fragrans, glandulosa, olympica, pyrenaica, sibirica, skinneri, transsilvanica, viridiflora, vulgaris; Consolida ajacis, orientalis, regalis; Coptis asplenifolia, japonica; Delphinium brachycentrum, brunonianum, californicum, carolinianum subsp. virescens, cashmerianum, caucasicum, cheilanthum, dictyocarpum, elatum, exaltatum, flexuosum, formosum, grandiflorum, halteratum, montanum, nudicaule, pictum, staphisagria, szowitsianum, tatsienense, verdunense; Eranthis cilicica, hyemalis; Helleborus caucasicus, dumetorum, foetidus, lividus & subsp. corsicus, niger, orientalis, viridis & subsp. occidentalis; Isopyrum thalictroides; Leptopyrum fumarioides; Nigella arvensis, ciliaris, damascena, gallica, hispanica, nigellastrum, orientalis, sativa; Thalictrum aquilegifolium, flavum, lucidum minus, simplex; Trollius altaicus, caucasicus, europaeus, japonicus, ledebourii.

Niet op Clematis!

Not on Clematis!


op Hordelymus, Leymus

on Hordelymus, Leymus

gal: Uredinia meestal onderzijdig, talrijk, bleekbruin, nog geen mm groot. Urediniosporen fijn-wrattig, met ca 4 verspreide poren. Telia onderzijdig, talrijk, klein, maar vaak samenvloeiend, bedekt door de epidermis, zonder paraphysen. Teliosporen 2-cellig, ± ovaal, nauwelijks ingesnoerd; wand dun, behalve aan de top, glad. Steel hyalien, kort.

gall: Uredinia mostly hypophyllous, numerous, light brown, les than a mm. Urediniospores verruculose, with ± 4 randomly distributed pores. Telia hypophyllous, numerous, small but often confluent, covered by the epidermis, without paraphyses. Teliospores 2-celled, ± oval, hardly constricted; wall thin, except at the tip, smooth. Pedicel hyaline, short.

uredinia, telia: Poaceae, olgofaag

uredinia, telia: Poaceae, oligophagous

Hordelymus europaeus; Leymus arenarius.

synoniemen: veel auteurs, waaronder Termorshuizen & Swertz, beschouwen deze soort als identiek aan P. recondita.

synonyms: many authors, including Termorshuizen & Swertz. consider this species conspecific with P. recondita.

literatuur

references

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumnn (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Liu, Szabob, Hambleton, Anikster & Kolmer (2013a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

15/12/2016